[15-02-2011]

Interview: Leo Remmel, senior medewerker Wmo uitvoerend beleid


In november 2009 is de heer Remmel door ons geïnterviewd over het beleid Leerlingenvervoer in gemeente Sittard-Geleen. De gemeente was toen net gestart met het veranderproces. Met het proces wil de gemeente de zelfredzaamheid van de leerlingen vergroten en de eigen mogelijkheden van het kind benutten , door hen minder afhankelijk te maken van het aangepaste vervoer. In augustus 2009 is de nieuwe instroom beoordeeld op de nieuwe regels en in augustus 2010 zijn de kinderen opnieuw beoordeeld die al in het leerlingenvervoer zaten en is de invoering van het nieuwe beleid afgerond.

Hoe zijn jullie het veranderproces gestart?
Van tevoren hebben we het veranderingsproces goed besproken met Carolien Aalders van Forseti. Zij heeft voor ons het plan van aanpak gemaakt en we hebben een cursus bij haar gevolgd. We zijn het veranderproces goed voorbereid van start gegaan. In januari 2010 zijn we begonnen met voorlichting te geven op scholen. Twee consulenten die bij de gemeente werken, hebben afspraken gemaakt met de begeleiders/docenten om voorlichting te geven. De trapsgewijze procedure was niet bij alle scholen mogelijk gelet op de beperkingen bij de kinderen. In het speciaal onderwijs is een te grote groep om deze procedure te volgen.

Hoe zijn jullie daarna te werk gegaan?
In 2009 is de nieuwe instroom beoordeeld en is er aan de leerlingen vervoer toegekend. De politiek wilde het beleid toen eigenlijk al invoeren. Maar de gemeenteraad heeft de huidige leerlingen toch een overgangstermijn van een jaar gegeven. Dit is van januari tot met maart 2010 gecommuniceerd naar de ouders en scholen. De leerlingen zijn nagetrokken om te kijken welke alternatieven er mogelijk waren en welke opstapplaatsen ze konden gebruiken.

Hoe verliep het verandertraject na invoering van het nieuwe beleid?
In 2010 zijn we begonnen met het nieuwe aanvraagformulier. Met de ouders is het nieuwe beleid doorgesproken. Ook is een indicatie afgegeven over wat het kind kan en waar het mee kan reizen. De ouders krijgen een vergoeding voor het vervoer waar het kind recht op heeft.

Waar is de indicatie op gebaseerd?
De kinderen zijn allemaal opnieuw geïndiceerd en er hebben gesprekken plaatsgevonden met een orthopedagoog. De GGD hebben we om een medisch advies gevraagd. De ouders die aangaven zelf niet de kinderen naar school te kunnen brengen, zijn ook door de GGD gekeurd. Wij vinden dat kinderen ook op een andere manier naar school moeten kunnen. We hebben voor elke leerling een vervoersplan gemaakt. Hierin staat beschreven hoelang ze moeten lopen naar een opstapplaats, welke bus ze moeten nemen, waar ze uit moeten stappen enzovoort. De kinderen moeten nu al een ontwikkeling doormaken. Het is niet de bedoeling dat ze tot hun 18e jaar in een busje zitten. Ze moeten juist al eerder kennis maken met ander vervoer. Gebeurt dit niet, dan weten de kinderen niet wat ze moeten doen als ze straks op zichzelf zijn aangewezen.

Hoe zijn de bezwaren behandeld van de ouders?
Samen met de leden van de bezwaarkamer hebben we het beleid van het leerlingenvervoer besproken. Het beleid wordt gewoon doorgevoerd. De gemeente is heel rechtlijnig geweest, alle bezwaren zijn op dezelfde manier bekeken. 2 van de 60 bezwaren zijn gegrond verklaard. Het besluit van de bezwaarkamer is goed aangekomen bij de ouders ondanks het feit dat niet altijd de uitslag even gunstig was.

Hoe verliep de bijeenkomst voor de ouders?
In maart 2010 hebben we samen met Forseti een bijeenkomst georganiseerd. Deze bijeenkomst was best heftig maar verliep goed. De bezwaren werden hier onder andere toegelicht. De twee consulenten, Carolien en ik vormden een transparant groepje op die avond. We regisseerden de bijeenkomst strak, zodat het niet zou kunnen escaleren. We wilden open en eerlijk met de mensen discussiëren, dus geen strijd aangaan met de ouders. Naast de teleurstelling van de invoering van het nieuwe beleid, vonden de ouders dat het verkeerstechnisch niet goed geregeld was. Deze fout ligt niet bij het team van leerlingenvervoer binnen de gemeente, dit had de gemeente zelf eerst goed moeten regelen voordat het beleid werd ingevoerd.

Wat merkt de gemeente aan het verandertraject?
De gemeente heeft veel energie gestoken in het veranderproces en wij hebben aangegeven wat wij wilden met het leerlingenvervoer. Het besluit is uiteindelijk genomen door de raad en niet door de beleidsmedewerkers om het proces te veranderen. Het wordt veel breder gedragen, dat is dan ook gelijk de onderbouwing van het traject. De gemeente wil geen geld uitsparen, want de andere manier van reizen wordt gewoon vergoed. Bij de vervoerders is er een inperking geweest van het aantal kinderen dat vervoerd moest worden. Er reizen nu 85 kinderen met ander vervoer ten opzichte van 2009 dat met aangepast vervoer reisde.

Wat vonden jullie van de samenwerking met Forseti?
We hebben veel gehad aan de samenwerking met Forseti. De begeleiding tijdens het ontwikkeltraject was goed. Carolien was een goede sparringpartner. We hebben nu alles op de rit en gaan het grootste gedeelte zelf oppakken. Onze consulenten kunnen nu de leerlingen goed beoordelen. Wat we wilden bereiken met dit veranderproces is gelukt, we hebben de geest in de fles gehouden! Misschien dat we Forseti in de toekomst weer benaderen als sparringpartner en voor advies over OV-educatie voor de leerlingen.


 
Forseti | Hoff van Hollantlaan 6 | 5243 SR Rosmalen | t (073) 523 10 60 | info@forseti.nl | www.forseti.nl